ECLI:NL:RBNHO:2024:5211
Rechtbank Noord-Holland
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging oneerlijke incassokostenbedingen en ontbinding huurovereenkomst
In deze bodemzaak heeft de rechtbank Noord-Holland op 22 mei 2024 een verstekvonnis gewezen tegen de gedaagde partij die niet is verschenen. De zaak betreft een geschil over de toepassing van algemene voorwaarden in een huurovereenkomst, met name de artikelen 13.1 en 13.2 over buitengerechtelijke incassokosten en artikel 15 over Pro boetebeding.
De kantonrechter oordeelt dat de genoemde artikelen 13.1 en 13.2 oneerlijk zijn voor zover zij betrekking hebben op buitengerechtelijke incassokosten en vernietigt deze bedingen. De eisende partij, Stichting Pré Wonen, vordert betaling van € 5.479,16 aan achterstallige huurpenningen tot en met november 2023, welke vordering wordt toegewezen. Daarnaast wordt de gedaagde veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde binnen veertien dagen na betekening van het vonnis.
De rechtbank veroordeelt de gedaagde tevens tot betaling van een gebruiksvergoeding van € 621,61 per maand voor iedere maand of gedeelte daarvan dat het gehuurde na 30 november 2023 in gebruik blijft. De proceskosten worden grotendeels aan de gedaagde opgelegd, inclusief nasalaris voor gemaakte nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, de gedaagde veroordeeld tot betaling van achterstallige huur en ontruiming binnen veertien dagen, en de oneerlijke incassokostenbedingen worden vernietigd.