ECLI:NL:RBNHO:2024:5147

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
22 mei 2024
Publicatiedatum
24 mei 2024
Zaaknummer
10773854 \ CV EXPL 23-3684
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:44 BWBesluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis over vernietiging oneerlijk beding in huurovereenkomst en toewijzing huurachterstand

In deze bodemzaak vordert Stichting Wooncompagnie betaling van achterstallige huurpenningen en buitengerechtelijke incassokosten van de gedaagde partij. De gedaagde partij is niet verschenen, waardoor verstek is verleend.

De kantonrechter heeft in een tussenvonnis geoordeeld dat bepaalde bedingen in de huurovereenkomst mogelijk oneerlijk zijn. De eisende partij heeft hierop gereageerd met een akte, waarin zij zich beroept op wettelijke bepalingen omtrent incassokosten. De rechter stelt echter dat indien een contractueel beding oneerlijk is, dit beding vernietigd moet worden en de vordering op dat onderdeel moet worden afgewezen, ongeacht het beroep op wettelijke bepalingen.

Daarom vernietigt de kantonrechter artikel 2.4 van de huurovereenkomst voor zover het betrekking heeft op buitengerechtelijke incasso- en administratiekosten en wijst deze kosten af. De gevorderde huurachterstand van €1.009,70 wordt toegewezen. De gevorderde vervallen rente wordt afgewezen wegens onduidelijkheid over de berekening, maar de wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de datum van dagvaarding. De gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten, met uitzondering van de kosten voor het nemen van de akte die voor rekening van de eisende partij blijven.

Uitkomst: De kantonrechter wijst de huurachterstand toe en vernietigt het beding over buitengerechtelijke incasso- en administratiekosten als oneerlijk.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 10860232 \ CV EXPL 24-28
Uitspraakdatum: 22 mei 2024
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Stichting Wooncompagnie, h.o.d.n. Bouwcompagnie, Wooncompagnie en Blokcompagnie
te Hoorn NH
de eisende partij
gemachtigde: H.J. Boswinkel en P. Boswinkel
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De verdere procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 14 februari 2024 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van bepaalde bedingen in huurovereenkomst. Ter uitvoering van dat tussenvonnis heeft de eisende partij een akte ingediend.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De eisende partij voert in haar akte aan dat zij zich voor wat betreft de buitengerechtelijke incassokosten (en rente) beroept op de wettelijke bepalingen en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Zoals ook in het tussenvonnis is overwogen (r.o. 3.3.) is dat echter niet relevant. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen, ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak. Dat de afwijzing van de buitengerechtelijke incassokosten voor de eisende partij leidt tot een onredelijke schadepost en wijziging van de algemene voorwaarden een enorme operatie is, zoals de eisende partij verder nog aanvoert in haar akte, is ook niet relevant voor de beoordeling of sprake is van een oneerlijk beding (zie r.o. 3.2. van het tussenvonnis).
2.2.
De kantonrechter blijft daarom bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Gelet op het voorgaande vernietigt de kantonrechter artikel 2.4 van de huurovereenkomst voor zover dit betrekking heeft op buitenechtelijke incasso- en administratiekosten. Als gevolg daarvan worden de gevorderde buitengerechtelijke incasso- administratiekosten afgewezen.
2.3.
De gevorderde huurachterstand tot en met december 2023 bedraagt € 1.009,70 (€ 5.718,41 - € 4.708,71 aan deelbetalingen). Dit bedrag is toewijsbaar.
2.4.
De gevorderde vervallen rente zal worden afgewezen omdat niet duidelijk is over welk bedrag die rente is berekend. Nu de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen, hadden de deelbetalingen die de gedaagde partij heeft gedaan op grond van artikel 6:44 BW Pro immers eerst in mindering moeten worden gebracht op de rente en vervolgens op de hoofdsom. Bij gebrek aan een overzicht van de vervallen rente kan niet worden vastgesteld in hoeverre de vervallen wettelijke rente mogelijk reeds is voldaan met de deelbetalingen en over welk deel van de hoofdsom vervolgens nog wettelijke rente verschuldigd was. De kantonrechter ziet daarom aanleiding om de wettelijke rente toe te wijzen vanaf de datum van de dagvaarding.
2.5.
De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor het nemen van de akte blijven voor de eisende partij omdat het aan haar te wijten was dat het nodig was om deze te nemen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij te betalen een bedrag van € 1.009,70 aan achterstallige huurpenningen tot en met december 2023, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 december 2023 tot de dag van volledige betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de eisende partij begroot op:
€ 130,48 wegens dagvaardingskosten,
€ 328,00 wegens griffierecht en
€ 135,00 wegens salaris gemachtigde;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter