Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
[slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, die [slachtoffer 1] veelvuldig, althans meerdere keren, met een mes in zijn (aan)gezicht/hoofd en/of arm(en) en/of be(e)n(en) en/of borst en/of rug en/of schouder(s), althans in zijn lichaam, heeft gesneden/gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
[slachtoffer 2] opzettelijk van het leven te beroven, die [slachtoffer 2] veelvuldig, althans meerdere keren, met een mes in zijn (aan)gezicht/hoofd en/of hals/nek, althans in zijn lichaam, heeft gesneden/gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
meerdere keren, met een mes in zijn (aan)gezicht/hoofd en/of hals/nek, althans in zijn lichaam, te snijden/steken.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van feit 1 primair
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
vier (4) jaren.
[slachtoffer 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 51.726,00, bestaande uit € 1.726,00 als vergoeding voor de materiële en € 50.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 november 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.