ECLI:NL:RBNHO:2024:470
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens ontbreken ontwikkelingsbedreiging
De gecertificeerde instelling heeft verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarige voor een jaar vanwege een kwetsbare woonsituatie en het ontbreken van perspectief op een eigen woning voor de moeder. De minderjarige woont bij haar moeder en oma, waarbij de woonsituatie kwetsbaar is door mogelijke psychische problematiek van familieleden in hetzelfde huis. De vader is belast met het ouderlijk gezag en bereid tot opvang, maar een plaatsing bij hem wordt als nadelig gezien vanwege emigratie en het examenjaar van de minderjarige.
Tijdens de mondelinge behandeling waren de moeder, vader, minderjarige en vertegenwoordiger van de GI aanwezig. De moeder en vader zien geen noodzaak voor verlenging, en ook de minderjarige zelf ervaart weinig van de ondertoezichtstelling en wil deze niet verlengd zien. De minderjarige doet het goed op school en heeft een stabiel sociaal netwerk.
De kinderrechter concludeert dat de gronden voor ondertoezichtstelling niet meer of onvoldoende aanwezig zijn. Hoewel de woonsituatie kwetsbaar blijft en het perspectief op een eigen woning ontbreekt, is er geen sprake van een zodanige ontwikkelingsbedreiging. De minderjarige ontwikkelt zich goed en kan vrijwillig hulpverlening benaderen indien nodig. Daarom wordt het verzoek tot verlenging afgewezen, mede omdat de jongste zoon van de moeder nog onder toezicht staat, waardoor de GI betrokken blijft bij het gezin.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt afgewezen wegens het ontbreken van een voldoende ontwikkelingsbedreiging.