ECLI:NL:RBNHO:2024:4677

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
8 mei 2024
Publicatiedatum
8 mei 2024
Zaaknummer
C/15/332762 / FA RK 22-4751
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 820 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met vaststelling verdeling gemeenschap en afwikkeling huwelijkse voorwaarden

Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen en een jaarlijkse verrekening van overgespaarde inkomsten. Zij verzoeken de echtscheiding wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk.

Tijdens de mondelinge behandeling op 17 april 2024 hebben partijen volledige overeenstemming bereikt over de verdeling van de eenvoudige gemeenschap en de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden, waaronder de toedeling van de echtelijke woning, verrekening van leningen, aandelen, stamrecht, en diverse bankrekeningen.

De rechtbank spreekt de echtscheiding uit en legt de afspraken vast, waaronder de toedeling van de woning aan de man met voorwaarden omtrent hypothecaire leningen, verrekening van spaarhypotheekverzekeringen, en diverse betalingsverplichtingen tussen partijen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en partijen worden verplicht binnen veertien dagen na inschrijving de huwelijkse voorwaarden af te wikkelen.

Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit en legt de volledige overeenstemming over verdeling en afwikkeling vast.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Haarlem
zaaknummer / rekestnummer: C/15/332762 / FA RK 22-4751 en C/15/335286 / FA RK 22-6160
Beschikking van de meervoudige kamer van 8 mei 2024 betreffende de echtscheiding
in de zaak van:
[de vrouw] ,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. M.A.Th. Klaver, gevestigd te Hoorn,
tegen
[de man] ,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. L.E. de Wal, gevestigd te Geldermalsen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, met bijlagen 1-11, van de vrouw, ingekomen op 7 oktober 2022;
- het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek, met bijlagen 1-7, van de man, ingekomen op 28 december 2022;
- het verweer op zelfstandig verzoek, tevens aanvullend verzoek, met bijlagen 13-15, van de vrouw, ingekomen op 10 januari 2023;
- de brief, met bijlage 14, van de advocaat van de vrouw van 24 maart 2024;
- de brief, met bijlagen 8-16, van de advocaat van de man van 3 april 2024;
- de brief, met bijlage 16, van de advocaat van de vrouw van 4 april 2024;
- de brief, met bijlage 17, van de advocaat van de vrouw van 4 april 2024;
- de brief, met bijlagen 17-18, van de advocaat van de man van 5 april 2024;
- de brief, met bijlagen 18-19, van de advocaat van de vrouw van 8 april 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 april 2024 in aanwezigheid van partijen, bijgestaan door hun advocaten. Beide advocaten hebben het woord gevoerd aan de hand van een overgelegde pleitnota.

2.De beoordeling

2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd op [huwelijksdatum] te [plaats] onder het maken van huwelijkse voorwaarden. De bij akte van [datum] opgemaakte huwelijkse voorwaarden luiden – voor zover hier van belang – als volgt:

Uitsluiting gemeenschap van goederen
Artikel 1.
Tussen de echtgenoten zal geen huwelijksvermogensrechtelijke gemeenschap van goederen bestaan.
(…)
Jaarlijkse verrekening overgespaarde inkomsten
Artikel 7.
1. Partijen verplichten zich jegens elkaar jaarlijks ter verdeling bij helfte bijeen te voegen hetgeen van hun inkomsten uit arbeid niet is besteed ter dekking van de kosten van de huishouding of op andere ter wijze gelijkelijk aan beiden ten goede gekomen is.
(…)”
scheiding
2.2.
Partijen verzoeken de echtscheiding tussen hen uit te spreken. Zij stellen dat het huwelijk duurzaam is ontwricht.
2.3.
Het verzoek tot echtscheiding zal, als op de wet gegrond, worden toegewezen.
verdeling eenvoudige gemeenschap en afwikkeling huwelijkse voorwaarden
2.4.
Partijen hebben verzoeken ingediend over de verdeling van hun eenvoudige gemeenschap en de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden.
2.5.
Ter zitting hebben partijen vastgesteld al overeenstemming te hebben bereikt over enige kwesties (zoals de boot en de hond) en hebben partijen volledige overeenstemming bereikt over alle nog resterende onderwerpen. Zij verzoeken deze overeenstemming in deze beschikking vast te leggen. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen. Hierbij beschouwt de rechtbank de verzoeken van partijen als ingetrokken, zodat hierop niet meer behoeft te worden beslist.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd te [plaats] op [huwelijksdatum] ;
verdeling eenvoudige gemeenschap
3.2.
deelt de echtelijke woning aan [adres] toe aan de man tegen een waarde van € 600.000, onder de verplichting van de man om de hypothecaire lening bij [bank] en de lening van “ [BV] ” af te lossen dan wel de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor deze leningen te doen ontslaan;
3.3.
bepaalt dat de waarde van de aan de hypothecaire geldlening gekoppelde spaarhypotheekverzekeringen bij [verzekeringsmaatschappij] wordt verrekend in die zin dat aan ieder van partijen de helft van de waarde toekomt, dat uit de overwaarde van de echtelijke woning eerst een bedrag van € 14.520,96 aan de man wordt voldaan, en dat de resterende overwaarde tussen partijen bij helfte wordt verdeeld;
3.4.
bepaalt dat partijen de kosten van toedeling van de woning bij helfte moeten dragen;
3.5.
bepaalt dat de man de sinds 7 oktober 2022 gemaakte eigenaarslasten voor zijn rekening dient te nemen;
3.6.
verstaat dat partijen zijn overeengekomen ernaar te streven op 17 oktober 2024 de echtelijke woning op de hiervoor bepaalde wijze te hebben verdeeld;
afwikkeling huwelijkse voorwaarden
3.7.
bepaalt dat de man € 199.000 aan de vrouw moet betalen uit hoofde van verrekening van de waarde van zijn aandelen in “ [BV] ”;
3.8.
bepaalt dat de man € 21.000 netto aan de vrouw moet betalen uit hoofde van verrekening van de waarde van het in zijn onderneming ondergebrachte stamrecht;
3.9.
bepaalt dat de vrouw € 39.893 (€ 79.786 / 2) aan de man moet betalen uit hoofde van verrekening van de waarde van de activa en passiva van haar eenmanszaak “ [eenmanszaak] ”;
3.10.
bepaalt dat het saldo van de spaarrekening van de man ( [rekeningnummer] ) niet wordt verrekend;
3.11.
bepaalt dat de man € 905,09 (€ 1.810,18 / 2) aan de vrouw moet betalen uit hoofde van verrekening van het saldo van zijn betaalrekening ( [rekeningnummer] );
3.12.
bepaalt dat de vrouw € 3.437,58 (€ 6.875,17 / 2) aan de man moet betalen uit hoofde van verrekening van het saldo van haar spaarrekening ( [rekeningnummer] );
3.13.
bepaalt dat de vrouw € 294,75 aan de man moet betalen uit hoofde van verrekening van het saldo van haar betaalrekening ( [rekeningnummer] );
3.14.
bepaalt dat de vrouw uit hoofde van verrekening van haar lijfrentepolis bij [bank] van het saldo van € 12.863,10 na aftrek van de op 40% te stellen belastinglatentie de helft - € 3.858,93 - aan de man moet betalen;
3.15.
bepaalt dat de vrouw € 40.000 aan de man moet betalen ter verrekening van de geldbedragen die de man als schenkingen en nalatenschap van zijn ouders heeft gekregen en die tijdens het huwelijk van partijen zijn besteed;
3.16.
bepaalt dat partijen gehouden zijn binnen veertien dagen na inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huwelijkse voorwaarden af te wikkelen op de hiervoor bepaalde wijze;
3.17.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. F.C. Bakker, voorzitter, mr. M.A.J. Berkers en mr. W.M. Schrama, allen rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. J. Leertouwer op 8 mei 2024.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden en overeenkomstig artikel 820 lid 2 Rv Pro openlijk bekend is gemaakt.