Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het verloop van de procedure
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
6.De beslissing
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] tot 4 januari 2025;
Rechtbank Noord-Holland
De kinderrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft op 2 januari 2024 besloten de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige te verlengen tot 4 januari 2025. De minderjarige verblijft sinds 2021 bij zijn grootmoeder, die tevens pleegmoeder is. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag, maar de moeder heeft een geschiedenis van middelengebruik en moeite met het nakomen van afspraken, terwijl de vader zich leerbaar toont maar ontevreden is over zijn rol in het terug-naar-huis-onderzoek.
Het terug-naar-huis-onderzoek uit juli 2023 adviseert een omgangsregeling waarbij de minderjarige drie weekenden per maand bij de moeder verblijft en één weekend per maand bij de vader, met het hoofdverblijf bij de grootmoeder. De kinderrechter constateert dat de zorgen die tot de ondertoezichtstelling leidden nog niet zijn weggenomen en dat er onvoldoende stabiliteit en duidelijkheid is over het opgroeiperspectief van de minderjarige.
De kinderrechter benadrukt dat de uithuisplaatsing bij de grootmoeder moet worden gewaarborgd totdat duidelijk is waar de minderjarige verder zal opgroeien. Tevens moeten er duidelijke afspraken over de omgang komen, waarbij betrouwbaarheid van de ouders en inzet van de vader essentieel zijn. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld.
Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige voor een jaar vanwege aanhoudende bedreigingen en ontbrekend opgroeiperspectief.