Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[eiser 1]
[eiser 2]
1.[gedaagde 1]
[gedaagde 2]
Rechtbank Noord-Holland
Deze civiele zaak betreft een geschil over drie heggen die deels niet op de kadastrale perceelgrens staan tussen buren. In een tussenvonnis was eisers toegestaan te bewijzen dat de goeder trouw van de buren bij heg 2 ontbrak. Eisers hebben echter erkend dat de buren te goeder trouw hebben gehandeld, waardoor bevrijdende verjaring is vastgesteld. Dit betekent dat de buren eigenaar zijn geworden van een strook grond van eisers en andersom.
De rechtbank heeft vastgesteld dat heg 1 en 2 door bevrijdende verjaring en heg 3 op de kadastrale grens de juridische perceelgrens vormen. Eisers hebben recht op een scheidsmuur en belang bij verwijdering van de heggen, die 80 cm breed zijn. De buren zijn daarom veroordeeld tot medewerking aan de verwijdering van de heggen, met een dwangsom bij niet-naleving.
Daarnaast zijn de buren veroordeeld tot verwijdering van ijzeren platen die op het perceel van eisers liggen, eveneens met een dwangsom bij niet-naleving. De vordering tot vergoeding van kosten voor verwijdering en incassokosten is afgewezen. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De buren worden veroordeeld tot medewerking aan verwijdering van heggen en ijzeren platen, met vaststelling van de juridische perceelgrens door bevrijdende verjaring.