ECLI:NL:RBNHO:2024:4434
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vaststelling beslagvrije voet door UWV
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de vaststelling van de beslagvrije voet door het UWV, die was vastgesteld op €811 en later gewijzigd naar €1.160. Het UWV heeft het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard, waarna verzoeker beroep instelde.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek op spoedeisendheid en constateerde dat verzoeker onvoldoende spoedeisend belang had aangetoond. Hoewel verzoeker stelde dat zijn zorgverleners sinds november 2023 niet zijn uitbetaald en hij geen leefgeld heeft, werd dit niet als een acute noodsituatie gezien. Bovendien stond het betalingsprobleem van de zorgverleners los van de vaststelling van de beslagvrije voet.
De voorzieningenrechter besloot het verzoek kennelijk ongegrond te verklaren en wees het af zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 19 april 2024 en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de vaststelling van de beslagvrije voet wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.