Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
[school], dan wel een andere lokale internationale school in [plaats] .
4.Verweer
- er is geen (economische) noodzaak tot verhuizing of ander doorslaggevend zwaarwegend belang aan de zijde van de moeder;
- de verhuizing is onvoldoende doordacht, met name wat betreft de gevolgen ervan voor [de minderjarige] ;
- er zijn geen aanvaardbare alternatieven die de gevolgen van een verhuizing voor de vader afdoende ondervangen;
- niet is komen vast te staan dat [de minderjarige] op enigerlei wijze gebaat is bij een emigratie naar Spanje, mede gelet op haar leeftijd en de mate waarin zij in [plaats] geworteld is;
- de vader kan zijn ouderschap niet meer volwaardig uitoefenen en de door de moeder voorgestelde frequentie en invulling van het contact met zijn dochter zal zijn verlies aan vaderschap nooit kunnen compenseren;
- [de minderjarige] komt in twee werelden te leven door het veelvuldig op en neer reizen tussen [plaats] en [plaats] ;
- niet, althans onvoldoende, is gebleken dat de door de moeder aangevoerde argumenten zwaarder wegen dan de evidente belangen van [de minderjarige] .
5.De visie van de Raad
6.De beoordeling
zal de rechtbank hierover een beslissing nemen. Het geschil wordt gekwalificeerd als een artikel 1:253a BW geschil. Het betreft immers een geschil tussen ouders die gezamenlijk het gezag uitoefenen en een geschil hebben over de mogelijke verhuizing van één van hen. Conform vaste rechtspraak moet de rechter bij de beslissing in dit soort zaken niet alleen het belang van het kind, maar alle omstandigheden van het geval in ogenschouw nemen en alle betrokken belangen afwegen.
In het navolgende wordt uitgelegd waarom de rechtbank tot deze beslissing(en) komt.