Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 april 2024 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats 1] , verzoeker
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad, verweerder
Inleiding en procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
- artikel 5.5, eerste lid, aanhef en onder a, en onder 1e, van de Omgevingswet (Ow), dat ziet op het verbod te handelen in strijd met een voorschrift van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, voor zover gesteld met het oog op veiligheid en gezondheid;
- artikel 5.5, tweede lid, aanhef en onder c, Ow, dat ziet op het verbod te handelen in strijd met een voorschrift van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit;
- artikel 6.7, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), waarin het verbod is neergelegd een bouwwerk te gebruiken zonder dit ten minste vier weken voor het begin van het gebruik te melden
6 maart 2024 gewijzigd (hierna aangeduid als: herstelbesluit).
24-uurszorg. Verweerder beschrijft de zijn inziens (brand)onveilige situatie, die onder meer zou bestaan uit het ontbreken van een brandmeld- en ontruimingsinstallatie, foute vluchtrouteaanduidingen, verkeerd sluitwerk en de aanwezigheid van bouwmaterialen.
- artikel 5.5, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1e, Ow;
- artikel 5.5, tweede lid, aanhef en onder c, Ow en
- artikel 4.3, eerste lid, en 4.4
- artikel 4.3, eerste lid, Ow in samenhang met artikel 7.7, eerste lid, Bbl;
- artikel 5.5, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1e, Ow;
- artikel 5.5, tweede lid, aanhef en onder c, Ow en
- artikel 4.3, eerste lid, en 4.4 Ow in samenhang met artikel 6.7, eerste lid, Bbl.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
22 april 2024.