Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.[eiser 1],
2.
[eiser 2],
1.De procedure
2.De feiten
Beste [betrokkene 2] en [eiser 1],
”
Beste [betrokkene 2] en [eiser 1],
Rechtbank Noord-Holland
In deze civiele bodemzaak vordert eiser dat de weduwe van zijn voormalige zakenpartner wordt veroordeeld tot medewerking aan de doorhaling van een hypotheekrecht op hun woning. De hypotheek was gevestigd als zekerheid voor een lening die volgens eiser in 2008 volledig is afgelost, maar waarvan de inschrijving nooit is doorgehaald. De weduwe betwist dat de lening is afgelost en stelt dat zij niet wist waarvoor zij tekende toen zij een volmacht voor doorhaling ondertekende. Tevens vordert zij betaling van een bedrag dat zij meent nog verschuldigd te zijn.
De rechtbank stelt vast dat de lening in 2008 is afgelost, onderbouwd met bankafschriften, e-mails van de notaris en een overzicht van aflossingen. De weduwe heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij niet wist waarvoor zij tekende en haar beroep op dwaling en misbruik van omstandigheden wordt verworpen. De vordering tot doorhaling van de hypotheek wordt toegewezen, evenals een dwangsom bij niet-naleving.
De vordering van de weduwe tot betaling van een restantbedrag wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs. De rechtbank veroordeelt haar tot betaling van buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is gewezen door mr. H.A. Pott Hofstede op 17 april 2024.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de weduwe tot medewerking aan doorhaling van de hypotheek en wijst haar betalingseis af.