ECLI:NL:RBNHO:2024:3676
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontkenning van het door huwelijk ontstane vaderschap van de man over het minderjarige kind
De moeder heeft bij de rechtbank Noord-Holland een verzoek ingediend tot ontkenning van het vaderschap van de man met betrekking tot hun minderjarige kind, aangezien hij niet de biologische vader is. De man is sinds 2011 gevlucht uit Eritrea en zijn verblijfplaats is onbekend. De moeder woont sinds 2015 in Nederland en stelt dat een andere man de biologische vader is.
De rechtbank stelde vast dat zij rechtsmacht heeft omdat de moeder en het kind in Nederland verblijven. Het toepasselijke recht is Nederlands recht, aangezien de man geen bekende nationaliteit of gezamenlijke verblijfplaats met de moeder had ten tijde van de geboorte. Volgens artikel 1:199 BW Pro is de man juridisch vader vanwege het huwelijk, maar dit vaderschap kan op grond van artikel 1:200 BW Pro worden ontkend als hij niet de biologische vader is.
De bijzondere curator, die het belang van het kind vertegenwoordigt, adviseerde het verzoek toe te wijzen. De rechtbank vond voldoende bewijs dat de man niet de biologische vader is, mede omdat de moeder en de vermeende biologische vader dit bevestigen en de man geen contact heeft gehad met het kind. De rechtbank achtte het belang van het kind gediend bij het in overeenstemming brengen van de juridische en feitelijke situatie en wees het verzoek toe.
De rechtbank verklaarde de ontkenning van het vaderschap gegrond en draagt op dat de griffier een afschrift van de beschikking aan de burgerlijke stand van de gemeente zendt. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank verklaart gegrond het verzoek tot ontkenning van het door huwelijk ontstane vaderschap van de man over het minderjarige kind.