De moeder heeft verzocht om ontkenning van het vaderschap van de man, met wie zij gehuwd was ten tijde van de geboorte van het kind, en om gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van de biologische vader. De moeder diende haar verzoeken niet binnen de wettelijke termijnen in, waardoor zij niet-ontvankelijk werd verklaard. De bijzondere curator, benoemd voor het kind, heeft namens het kind zelfstandig verzoeken ingediend tot ontkenning van het vaderschap van de man en tot vaststelling van het ouderschap van de biologische vader.
De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft vanwege de gewone verblijfplaats van moeder en kind in Nederland. Het toepasselijke recht is Nederlands recht, mede door de asielstatus van de moeder. De ontkenning van het vaderschap door de moeder is te laat ingediend, maar het verzoek van de bijzondere curator is tijdig. Het DNA-onderzoek toont aan dat de man niet de biologische vader is, waardoor het verzoek tot ontkenning wordt toegewezen.
Voor de gerechtelijke vaststelling van het ouderschap geldt eveneens dat de moeder niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de termijn. De bijzondere curator heeft dit verzoek namens het kind ingediend. De rechtbank stelt het ouderschap van de biologische vader vast onder de opschortende voorwaarde dat de ontkenning van het vaderschap van de man in kracht van gewijsde gaat. Dit voorkomt dat het kind tijdelijk twee juridische vaders heeft. De beslissing is openbaar uitgesproken op 9 april 2024.