Op 15 december 2023 werd verdachte op Schiphol aangehouden met ruim drieënhalve kilo cocaïne in haar koffer, afkomstig uit Trinidad en Tobago. De rechtbank acht bewezen dat zij met voorwaardelijk opzet de cocaïne heeft ingevoerd, omdat zij zich bewust was van de aanmerkelijke kans dat de koffer drugs bevatte, ondanks haar bewering dat zij de koffer pas kort voor vertrek zag en haar spullen erin stopte.
De verdediging voerde aan dat verdachte naïef was en slachtoffer van misbruik, zonder invloed op de hoeveelheid cocaïne. De rechtbank erkende haar persoonlijke omstandigheden en het ontbreken van een strafblad, maar vond de ernst van het feit en de hoeveelheid cocaïne zwaarwegend.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest. De straf ligt binnen de LOVS-oriëntatiepunten voor de invoer van 3.000 tot 4.000 gram harddrugs.
De rechtbank sprak verdachte vrij van andere tenlasteleggingen en bevestigde de strafbaarheid van het bewezenverklaarde feit. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van de Rechtbank Noord-Holland op 5 april 2024.