Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[eiser]
Rechtbank Noord-Holland
In deze zaak vond een ambtshalve toetsing plaats van de Algemene Huurvoorwaarden zelfstandige woonruimte van 31 januari 2007, specifiek met betrekking tot de bepalingen over buitengerechtelijke incassokosten. De eisende partij, een stichting, had zich gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter en zag af van het indienen van een nadere akte.
De kantonrechter handhaafde het eerdere tussenvonnis van 8 februari 2024, waarin al een voorlopig oordeel was gegeven over de oneerlijkheid van bepaalde bedingen. Op grond hiervan vernietigde de rechter de artikelen 13.1 en 13.2 van de Algemene Huurvoorwaarden voor zover deze betrekking hebben op buitengerechtelijke incassokosten.
Als gevolg van deze vernietiging werden de buitengerechtelijke incassokosten afgewezen. Het meer of anders gevorderde werd eveneens afgewezen. Het vonnis werd in verstek uitgesproken, omdat de gedaagde partijen niet waren verschenen.
Uitkomst: De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens vernietiging van de bepalingen in de algemene huurvoorwaarden.