ECLI:NL:RBNHO:2024:3179

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
3 april 2024
Publicatiedatum
29 maart 2024
Zaaknummer
10782707 \ CV EXPL 23-4813
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230g lid 1 onder o BWArt. 6:230h lid 2 onder b BWParagrafen 1 en 6 van Afdeling 2b, Titel 5, Boek 6 BWArt. 4:20 WftParagrafen 8.1.1, 8.1.4, 8.1.6 en 8.1.7 Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenvonnis over informatieplichten bij verzekeringsovereenkomst als financieel product

In deze civiele procedure vordert de eisende partij betaling van een openstaand bedrag en bijkomende kosten van de gedaagde partij, die niet is verschenen en tegen wie verstek is verleend.

De kern van het geschil betreft de verzekeringsovereenkomst tussen partijen, die kwalificeert als een financieel product volgens artikel 6:230g lid 1 onder o BW. De kantonrechter benadrukt dat ambtshalve moet worden getoetst of de eisende partij heeft voldaan aan de informatieplichten zoals opgenomen in verschillende wettelijke bepalingen, waaronder paragrafen van Boek 6 BW, de Wet op het financieel toezicht en het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen.

Hoewel de eisende partij stelt dat de overeenkomst via haar website tot stand is gekomen en dat zij aan haar informatieverplichtingen heeft voldaan, heeft zij dit niet nader toegelicht. Daarom wordt zij opgedragen om uiterlijk 1 mei 2024 een onderbouwde toelichting te geven. Indien zij hierin tekortschiet, kan dit leiden tot afwijzing van haar vordering wegens het niet voldoen aan de stelplicht.

De kantonrechter houdt verdere beslissing aan totdat deze toelichting is ontvangen en beoordeeld.

Uitkomst: De eisende partij moet nadere toelichting geven over de naleving van informatieplichten, verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 10782707 \ CV EXPL 23-4813
Uitspraakdatum: 3 april 2024
Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de naamloze vennootschap
UNIGARANT N.V., mede handelende onder de naam
“ANWB Verzekeren”
gevestigd te ‘s -Gravenhage
de eisende partij
gemachtigde: gerechtsdeurwaarders [gemachtigde] en mr. E. Krom
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De procedure

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 74,64, aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover en de buitengerechtelijke incassokosten van € 48,40. Daarnaast vordert zij veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.
2.2.
Tussen partijen is een verzekeringsovereenkomst tot stand gekomen. Deze overeenkomst geldt als een financieel product zoals bedoeld in artikel 6:230g lid 1 onder o Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). In artikel 6:230h lid 2 onder b BW is bepaald dat daarop niet alle informatieplichten uit die afdeling van toepassing zijn. Als een financiële overeenkomst online, telefonisch of buiten de verkoopruimte is gesloten dan zijn daarop de informatieplichten van toepassing zoals bedoeld in paragrafen 1 en 6 van Afdeling 2b, Titel 5 van Boek 6 BW, artikel 4:20 van Pro de Wet op het financieel toezicht (Wft) en de paragrafen 8.1.1, 8.1.4, 8.1.6 en 8.1.7 van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.
2.3.
De eisende partij heeft gesteld dat de overeenkomt via de website van de eisende partij tot stand is gekomen en dat zij aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten heeft voldaan. Zij heeft echter niet toegelicht op welke wijze zij heeft voldaan aan voornoemde voorschriften en zal in de gelegenheid worden gesteld om dat alsnog te doen.
2.4.
De eisende partij wordt opgedragen een nadere, onderbouwde toelichting te geven ten aanzien van rechtsoverweging 2.3. Indien de eisende partij daaraan niet of niet volledig voldoet, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 Rv de gevolgen verbinden die zij geraden acht.
2.5.
De eisende partij moet in de zaken waarin gedaagde een consument is, de toelichting geven zoals hiervoor overwogen. Indien die toelichting niet of onvoldoende is gegeven, kan dat in het vervolg leiden tot afwijzing van de vordering wegens het niet voldoen aan de stelplicht.
2.6.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.3. De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
beveelt de eisende partij om bij akte op de rol van
1 mei 2024de stellingen in de dagvaarding nader toe te lichten door de inlichtingen te verstrekken zoals hiervoor is overwogen;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter