ECLI:NL:RBNHO:2024:2804
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming verblijf en paspoortaanvraag minderjarigen bij onbekende verblijfplaats vader
De moeder verzocht de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor het verblijf van haar minderjarige kind in het Verenigd Koninkrijk en voor het aanvragen van paspoorten voor twee minderjarigen. De vader, die gezamenlijk gezag heeft, was niet bereikbaar en verscheen niet op de zitting. De minderjarigen hebben hun gewone verblijfplaats in Nederland en zijn van Nederlandse nationaliteit, terwijl de vader onbekend verblijft.
De rechtbank oordeelde dat het geschil valt onder de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en dat Nederlands recht toepasselijk is. Omdat Syrië geen partij is bij het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961, werd het gezag beoordeeld naar Syrisch recht, waaruit bleek dat beide ouders gezamenlijk gezag hebben. De rechtbank stelde vast dat het gezag voortduurt ondanks de wijziging van de gewone verblijfplaats.
De rechtbank vond het in het belang van de minderjarigen om de vervangende toestemming te verlenen, omdat het niet verkrijgen van toestemming van de vader door diens onbekende verblijfplaats de aanvraag van paspoorten en het verblijf in het buitenland zou belemmeren. De moeder kon dit voldoende onderbouwen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming voor verblijf in het buitenland en paspoortaanvraag voor de minderjarigen wegens onbekende verblijfplaats van de vader.