Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 maart 2024 in de zaken tussen
[eiseres] GmbH, gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Medemblik, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- Verweerder heeft zijn taxaties niet voldoende inzichtelijk gemaakt;
- Verweerder onderbouwt de waarde van de onderhavige supermarkten met aankopen van percelen die volgens verweerder aantonen dat de supermarktbranche goede tijden doormaakt, terwijl de grondtransacties uit 2015 en 2017 dateren. Door de waarde te onderbouwen met transacties van dit soort percelen heeft verweerder de waarde niet aannemelijk gemaakt;
- Het door verweerder gehanteerde referentieobject [object] is in een andere kern gelegen dan de onderhavige objecten die ook qua bouwjaar flink afwijken van het referentieobject. Gezien de grote afwijking in ligging en bouwjaar is dit referentiepand niet bruikbaar en heeft verweerder de waarde niet aannemelijk gemaakt;
- Zowel in het bezwaarschrift als tijden de hoorzitting is naar de onderbouwing van de door verweerder gehanteerde kapitalisatiefactor gevraagd. Verweerder heeft in het bestreden besluit een kapitalisatiefactorberekening aangeleverd, maar heeft de analyses die ten grondslag hebben gelegen aan de gehanteerde cijfers niet inzichtelijk gemaakt. Verweerder heeft derhalve de waarden niet aannemelijk gemaakt;
- Bij de waardering van de onderhavige objecten heeft verweerder een opslagrisico opgenomen die zich aan de onderzijde van de bandbreedte bevindt. Zowel [plaats 1] als [plaats 2] zijn vanuit macro-economisch-niveau bekeken een gebied die onder 'Overige Locaties' vallen. Derhalve dient er ook bij onderhavige objecten getaxeerd te worden met een opslagrisico die zich aan de bovenzijde van de bandbreedte bevindt. Daarnaast heeft verweerder heeft niet onderbouwd hoe zij tot de opslagrisico’s is gekomen, terwijl dit op basis van artikel 40 wet Pro WOZ wel inzichtelijk gemaakt dient te worden;
- Verweerder is bij de waardebepaling uitgegaan van een te laag leegstandrisico; namelijk 5%. Hij heeft in het bestreden besluit niet onderbouwd hoe hij tot dit percentage is gekomen, terwijl dit op basis van artikel 40 wet Pro WOZ wel inzichtelijk gemaakt dient te worden;
- Verweerder heeft in het bestreden besluit de herbouwwaarden niet onderbouwd. In bijlage 2 van het Overzicht herbouwwaarden van de Taxatiewijzer 2021- Deel 2- Huurwaardekapitalisatie worden de herbouwkosten per archetype weergegeven. In de tabel is te zien dat het archetype ‘Winkel/Rest/Café-Solitaire supermarkt-Metselwerk’ een bandbreedte kent van € 1.051 tot € 1.577 met een basisgemiddelde van € 1.314. Verweerder heeft een herbouwwaarde gehanteerd van € 1.250 voor [onroerende zaak 1] en € 1.200 voor [onroerende zaak 2] . Kijkend naar het bouwjaar van de objecten dient er getaxeerd te worden met herbouwwaarden aan de bovenzijde van de bandbreedte. Verweerder heeft niet onderbouwd hoe hij tot de herbouwwaarden is gekomen, terwijl dit op basis van artikel 40 wet Pro WOZ wel inzichtelijk gemaakt dient te worden.