Partijen hadden een affectieve relatie die eindigde in oktober 2023, waaruit een minderjarige is geboren met gezamenlijk gezag. De man vordert onder meer dat de vrouw zich uitschrijft van zijn adres en dat de zorg voor de minderjarige voorlopig aan hem wordt toevertrouwd volgens een vastgesteld schema. De vrouw vordert dat de zorg voorlopig aan haar wordt toevertrouwd en dat de minderjarige bij haar wordt ingeschreven.
Beide partijen maken zorgen over elkaars opvoedsituatie en psychische gesteldheid, waarbij de vrouw gediagnosticeerd is met PTSS en beiden onder behandeling zijn bij GGZ-instellingen. De voorzieningenrechter oordeelt dat partijen onvoldoende spoedeisend belang hebben bij hun vorderingen over de zorgregeling en de adresuitschrijving, waardoor deze worden afgewezen.
De voorlopige toewijzing van de zorg voor de minderjarige wordt aan de vrouw gegeven, aangezien zij de hoofdverzorger is sinds de geboorte. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen vier weken worden aangevochten door hoger beroep.