Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
,gemeente [gemeente] ,
,
Rechtbank Noord-Holland
De man en vrouw zijn gehuwd en hebben gezamenlijk gezag over drie minderjarige kinderen. Na het indienen van een echtscheidingsverzoek in november 2022 ontstond een geschil over toestemming voor een buitenlandse reis met de kinderen.
De man vorderde vervangende toestemming om met de kinderen van 19 tot en met 25 februari 2024 naar Duitsland te reizen. De vrouw weigerde toestemming vanwege de verhoogde terreurdreiging door het conflict tussen Israël en Hamas, wat volgens haar een veiligheidsrisico vormt voor Joodse personen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de veiligheidsrisico’s in Duitsland vergelijkbaar zijn met die in Nederland en dat de man voldoende maatregelen neemt om risico’s te vermijden. De bezwaren van de vrouw over verzorging en waakzaamheid waren niet specifiek gericht op de reis zelf. Daarom werd de vervangende toestemming aan de man verleend, waarbij de vrouw telefonisch contact kan houden tijdens de vakantie.
Verzoeken tot dwangsom en kostenveroordeling werden ingetrokken. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad gegeven om tijdige uitvoering mogelijk te maken.
Uitkomst: De man krijgt vervangende toestemming om met de minderjarige kinderen van 19 tot en met 25 februari 2024 naar Duitsland te reizen.