Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Beschikking van de kantonrechter
procedure
- het verzoek, ter griffie ingekomen op 11 juli 2024;
- de brief van de informant, ter griffie ingekomen op 5 augustus 2024;
Rechtbank Noord-Holland
De kantonrechter heeft het verzoek van de mentor tot opheffing van het mentorschap van betrokkene beoordeeld. De mentor stelde dat het mentorschap moest worden opgeheven vanwege onrust over betalingen en bemoeilijkte communicatie met betrokkene, die via een vriend verloopt. De vriend, tevens informant, beheert de financiën en betaalt niet alle facturen tijdig, wat de mentor belemmert in haar wettelijke taken.
Tijdens het verhoor bleek betrokkene onvoldoende in staat om zijn belangen zelf te behartigen, waardoor het mentorschap nog steeds noodzakelijk is. De kantonrechter constateerde dat de vriend wel een belangrijke rol speelt, maar niet de wettelijke taken van de mentor kan overnemen. De mentor wordt door de vriend belemmerd in het uitvoeren van haar taken, wat niet in het belang van betrokkene is.
De kantonrechter overweegt dat een bewindvoering noodzakelijk is om de financiële situatie te verbeteren en de betaling van de mentor te waarborgen. De mentor staat open voor samenwerking met de vriend om de zorgtaken beter te verdelen. Gezien deze omstandigheden wordt het verzoek tot opheffing van het mentorschap afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het mentorschap wordt afgewezen omdat het mentorschap nog noodzakelijk is voor de belangen van betrokkene.