Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
2.De feiten
3.De verzoeken en de standpunten van partijen
4.De beoordeling
5.De beslissing
16 januari 2025schriftelijk te informeren over de punten hiervoor vermeld in
4.1en
4.19in combinatie met
4.2,
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker stelt letsel te hebben opgelopen door een verkeersongeval op 11 februari 2020 waarbij een auto van een verzekerde van Univé zijn voertuig aanreed. Univé erkent aansprakelijkheid voor het ongeval, maar betwist het causaal verband tussen het ongeval en de klachten van verzoeker.
Verzoeker verzoekt de rechtbank een voorlopig deskundigenbericht te gelasten door vier deskundigen: een orthopeed, neuroloog, psychiater en verzekeringsgeneeskundige. Univé verzet zich tegen het verzoek omdat volgens haar nog veel medische informatie ontbreekt, die eerst moet worden verstrekt.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek voldoende concreet en ter zake dienend is en wijst het toe. De rechtbank benoemt de orthopeed Van Roermund, neuroloog Verrips en psychiater Koerselman. Voor de verzekeringsgeneeskundige wordt Booij voorgesteld, met partijen in de gelegenheid zich hierover uit te laten.
De rechtbank bepaalt dat alle relevante medische stukken, inclusief de door Univé gevraagde aanvullende stukken, aan de deskundigen en de medisch adviseur van Univé moeten worden verstrekt. Partijen zijn verplicht mee te werken aan het onderzoek. De rapporten van de orthopedisch en neurologisch deskundigen worden eerst opgesteld, gevolgd door het psychiatrisch en daarna het verzekeringsgeneeskundig rapport.
De rechtbank houdt de zaak aan voor de schriftelijke reactie van partijen over de benoeming van de verzekeringsgeneeskundige en de hoogte van de voorschotten.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopig deskundigenbericht wordt toegewezen met benoeming van vier deskundigen en verplichting tot aanleveren medische stukken.