De rechtbank Noord-Holland heeft op 18 november 2024 uitspraak gedaan over de verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige en het herstel van contact met de vader. De ondertoezichtstelling was reeds sinds april 2022 van kracht en werd telkens verlengd. De Raad voor de Kinderbescherming en de gezinsvoogd (GI) stelden dat verlenging noodzakelijk is vanwege een ernstige ontwikkelingsbedreiging doordat het kind bang is voor de vader en er sinds het vijfde levensjaar geen contact is geweest.
De moeder woont met de minderjarige en werkt mee aan hulpverlening, maar het contactherstel met de vader verloopt moeizaam. De minderjarige zelf wil geen contact met de vader en is geschrokken van het verzoek tot uithuisplaatsing, dat door de GI is ingetrokken. De vader ondersteunt de verlenging en is bereid mee te werken aan hulpverlening en omgang.
De rechtbank oordeelt dat ondanks het ontbreken van objectieve veiligheidsrisico's, het contactherstel noodzakelijk is om de minderjarige in staat te stellen zelf een beeld van haar vader te vormen en toekomstige verwijten te voorkomen. De ondertoezichtstelling wordt verlengd tot 13 april 2025 en de GI krijgt de opdracht om begeleide omgang te organiseren, eventueel in aanwezigheid van de moeder. Tevens moet hulpverlening voor de minderjarige worden opgestart.