ECLI:NL:RBNHO:2024:1354
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schorsing gezag vader wegens onbekende verblijfplaats in belang minderjarigen
De moeder verzocht de rechtbank om het gezag over de minderjarige kinderen te wijzigen zodat zij het gezag alleen zou uitoefenen, dan wel subsidiair om schorsing van het gezag van de vader vanwege diens onbekende verblijfplaats.
Partijen zijn gehuwd in Syrië en de kinderen zijn daar geboren. De moeder vluchtte in 2021 met de kinderen naar Nederland, waar zij nu verblijven. De vader is niet meegekomen en zijn verblijfplaats is onbekend; het is zelfs onzeker of hij nog in leven is. De moeder heeft sinds haar vertrek geen contact meer met de vader gehad en kan geen overleg voeren.
De rechtbank oordeelt dat het gezamenlijk gezag niet kan worden gewijzigd in eenhoofdig gezag van de moeder, omdat daartoe geen wettelijke grondslag bestaat. Wel kan het gezag van de vader geschorst worden op grond van artikel 1:253r BW in samenhang met artikel 1:253q BW, omdat hij in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen. De rechtbank wijst het verzoek tot schorsing toe en bepaalt dat de moeder het gezag alleen uitoefent zolang het gezag van de vader geschorst is.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en zal worden geregistreerd in het gezagsregister zodra de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: Het gezag van de vader wordt geschorst wegens onbekende verblijfplaats en de moeder oefent het gezag alleen uit zolang de schorsing geldt.