ECLI:NL:RBNHO:2024:13298
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens onvoldoende onderbouwing gebreken huurwoning
Eiser huurt sinds 2019 een woning van Woonwaard en stelt schade te hebben geleden door gebreken aan de douche en vochtproblemen. Zij vordert een schadevergoeding van €9.900,- voor materiële en immateriële schade. De Huurcommissie oordeelde eerder dat de woning geen ernstige gebreken kent.
De kantonrechter stelt vast dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van gebreken. De door Woonwaard overgelegde tijdlijn van klachten en herstelwerkzaamheden is niet betwist en toont aan dat Woonwaard steeds adequaat heeft gereageerd. Klachten over stank, vocht en schade zijn onvoldoende onderbouwd met bewijs.
De vordering tot materiële en immateriële schadevergoeding wordt daarom afgewezen. Ook de stelling van onheuse bejegening door werklieden is niet concreet gemaakt. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door kantonrechter Merkus en op 11 december 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Vordering tot schadevergoeding wegens gebreken aan huurwoning wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.