De rechtbank Noord-Holland heeft op 13 december 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte die op 22 september 2024 op Schiphol werd betrapt met ruim zes kilogram cocaïne in zijn ruimbagage. De verdachte verklaarde dat hij dacht bestanddelen voor XTC te vervoeren om een schuld in Suriname af te lossen, maar de rechtbank oordeelde dat hij bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het om cocaïne ging.
De rechtbank achtte het bewezen dat de verdachte opzettelijk cocaïne heeft ingevoerd en verwierp zijn verweer dat hij onwetend was. De hoeveelheid cocaïne was bestemd voor verdere verspreiding, wat de ernst van het feit onderstreept. De verdachte had een strafblad met een eerdere druggerelateerde veroordeling in Frankrijk, wat meewoog in de strafmaat.
De officier van justitie had 42 maanden gevangenisstraf gevorderd, maar de rechtbank legde 40 maanden op, met aftrek van het voorarrest. De in de cel aangetroffen slikkersbollen werden niet meegeteld bij de strafbepaling vanwege onvoldoende bewijs van invoer. De rechtbank wees een deels voorwaardelijke straf af en bepaalde dat de straf volledig in detentie wordt uitgezeten totdat voorwaardelijke invrijheidstelling mogelijk is.