Op 20 september 2024 ontstond in een asielzoekerscentrum te Den Helder een conflict tussen verdachte en aangever, waarbij verdachte met een glasscherf naar de hals van de aangever uithaalde en hem een 7 centimeter lange snijwond toebracht. De rechtbank stelde vast dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans op de dood van de aangever heeft aanvaard, waarmee sprake is van voorwaardelijk opzet en daarmee poging tot doodslag.
De verdediging voerde noodweer aan, stellende dat verdachte zich verdedigde tegen een aanval met een mes door de aangever, maar dit verweer werd verworpen omdat verdachte de confrontatie had opgezocht en het gebruik van de glasscherf niet proportioneel was. Ook ontbrak bewijs voor het mes.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot 24 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest, rekening houdend met de ernst van het feit en het aandeel van de aangever in het incident. Daarnaast werd de glasscherf onttrokken aan het verkeer. Verdachte had een eerdere veroordeling voor mishandeling in juli 2024.
De straf zal volledig in de penitentiaire inrichting worden uitgevoerd totdat voorwaardelijke invrijheidstelling mogelijk is. De rechtbank sprak verdachte vrij van overige ten laste gelegde feiten die niet bewezen konden worden.