Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vorderingen benadeelde partij
8.Vorderingen tot tenuitvoerlegging
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[slachtoffer 4] (feit 5 in zaak A)niet-ontvankelijk in haar vordering.
[slachtoffer 2] (feiten 2 en 3 in zaak A)geleden schade voor een bedrag van
€ 915,80, bestaande uit materiële schadevergoeding, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan de benadeelde partij, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 11] (feit 5 in zaak D)geleden schade tot een bedrag van
€ 39,-, bestaande uit materiële schadevergoeding (schadepost v), en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, aan de benadeelde partij, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
de kostendoor de ieder van de benadeelde partijen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 11] gemaakt (tot op heden voor alle twee de benadeelde partijen begroot op nihil) en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van
[slachtoffer 2] (feiten 2 en 3 in zaak A)de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 915,80, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
18 dagen gijzeling.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van
[slachtoffer 11] (feit 5 in zaak D)de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 39,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
1 dag gijzeling.
toepassing van de gijzelingheft de hiervoor opgelegde betalingsverplichtingen van de verdachte ten aanzien van de benadeelde partijen niet op.