De rechtbank Noord-Holland heeft op 5 december 2024 uitspraak gedaan in een zaak tegen een verdachte die zich schuldig heeft gemaakt aan het bezit van een vuurwapen en munitie, alsmede aan de handel en het bezit van verschillende soorten hard- en softdrugs. De feiten zijn gepleegd in de periode van juli 2022 tot augustus 2024, waarbij een deel van de feiten tijdens zijn minderjarigheid en een deel na zijn achttiende levensjaar plaatsvond.
De rechtbank heeft de zaken samengevoegd en het adolescentenstrafrecht toegepast, omdat de feiten na het achttiende levensjaar meer dan vier maanden na het verstrijken van de redelijke termijn voor de minderjarige feiten zijn gepleegd. De bewezenverklaring betreft onder meer het bezit van een pistool en munitie, handel in hennep, hasj, cocaïne, MDMA en distikstofmonoxide (lachgas). De verdachte is vrijgesproken van twee ten laste gelegde feiten wegens onvoldoende bewijs.
De rechtbank heeft rekening gehouden met de ernst van de feiten, de maatschappelijke impact van drugshandel en wapenbezit, en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder eerdere strafbeschikkingen en een hoog recidiverisico. De opgelegde straf bestaat uit 180 dagen jeugddetentie, waarvan 36 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een geldboete van €1.500,-. Daarnaast is een contactverbod opgelegd met een medeverdachte voor twee jaar, met een vervangende jeugddetentie bij overtreding.