ECLI:NL:RBNHO:2024:12599
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verrekening pensioenrechten na ontbinding huwelijk ondanks finale kwijting
De vrouw vordert de verrekening van pensioenrechten die door de man zijn opgebouwd vóór de ontbinding van hun huwelijk in 1994. De rechtbank oordeelt dat deze pensioenrechten deel uitmaken van de huwelijksgemeenschap en derhalve verrekend moeten worden conform het arrest van de Hoge Raad uit 1981.
De man stelde dat de pensioenrechten waren begrepen in de finale kwijting die partijen elkaar hebben verleend na de echtscheiding, maar de rechtbank verwierp dit verweer omdat tijdens de echtscheidingsprocedure niet over pensioenrechten is gesproken en een algemene finale kwijting niet ziet op overgeslagen goederen.
De rechtbank constateerde ook geen rechtsverwerking omdat de vrouw haar aanspraak niet onredelijk lang heeft laten rusten en de man geen bijzondere omstandigheden heeft gesteld die een beroep op rechtsverwerking rechtvaardigen. Ook matiging van de vordering op grond van redelijkheid en billijkheid werd afgewezen.
De man is veroordeeld om binnen veertien dagen relevante informatie te verstrekken, waaronder het Uniform Pensioenoverzicht, en om maandelijks het deel van de pensioenrechten aan de vrouw over te maken, inclusief de uitkeringen vanaf september 2022. Tevens is een dwangsom opgelegd voor het niet nakomen van de informatieplicht. De proceskosten worden aan de man opgelegd, terwijl de kosten in reconventie worden gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de vrouw tot verrekening van pensioenrechten toe en veroordeelt de man tot inzage en betaling van pensioenuitkeringen met een dwangsom bij niet-nakoming.