Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 3 juli 2024 met 3 producties;
Rechtbank Noord-Holland
De werknemer trad in oktober 2019 in dienst bij Claus Hotel Exploitatie Hoofddorp B.V. en meldde zich op 1 november 2019 ziek. Na een korte periode van werkhervatting stopte de werkgever per 15 december 2019 met loonbetaling. De werknemer vertrok vervolgens naar Griekenland voor medische behandeling en verbleef daar tot circa september 2022.
De werknemer vorderde loondoorbetaling tijdens ziekte vanaf 15 december 2019, en indien het dienstverband per 16 oktober 2020 zou zijn geëindigd, dat Claus als eigen risicodrager de Ziektewet zou uitvoeren. Claus betwistte de ziekmelding en stelde dat de werknemer zijn dienstverband had opgezegd en zonder toestemming naar het buitenland was vertrokken.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer niet-ontvankelijk is omdat hij geen deskundigenoordeel van het UWV heeft overgelegd, terwijl de werkgever de arbeidsongeschiktheid betwist. De werknemer kon niet aannemelijk maken dat het redelijk was om dit oordeel niet te overleggen. Zijn medische stukken, grotendeels in het Grieks, boden onvoldoende bewijs van arbeidsongeschiktheid.
De werknemer had ook geen toestemming gevraagd voor zijn langdurige verblijf in het buitenland en had Claus niet op de hoogte gesteld van zijn adreswijziging, waardoor hij zichzelf buitenspel zette. De kantonrechter veroordeelde de werknemer tot betaling van de proceskosten en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Werknemer is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een deskundigenoordeel van het UWV en veroordeeld in de proceskosten.