Eiseres verzocht om een tegemoetkoming in de schade veroorzaakt door grauwe ganzen en kolganzen op haar percelen. GS Noord-Holland stelde de tegemoetkoming vast op 80% van de getaxeerde schade, conform nieuwe beleidsregels die sinds 1 mei 2021 gelden. Eiseres betwistte de korting van 20%, stellende dat zij recht had op 95% vergoeding op grond van eerdere toezeggingen en dat de korting strijdig is met het gelijkheids-, vertrouwens- en evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat het beroep zich niet richt op de hoogte van de schade, maar op de hoogte van de korting. De rechtbank verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat er een objectief onderscheid bestaat tussen foerageergebieden en andere gebieden. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de vermeende toezeggingen niet specifiek aan eiseres waren gericht en het gewijzigde beleid tijdig bekend was gemaakt.
De rechtbank stelde echter vast dat GS de korting van 20% onvoldoende heeft gemotiveerd. De standaardisering van het normaal maatschappelijk risico is niet gebaseerd op inzicht in de individuele schadelast van de grondeigenaar, terwijl dit volgens jurisprudentie wel vereist is. Hierdoor is het besluit in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Awb. De rechtbank vernietigde het besluit en bepaalde dat GS opnieuw moet beslissen, met inachtneming van de motiveringsvereisten.