Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van Gedeputeerde Staten (GS) van Noord-Holland om de vergoeding voor vraatschade veroorzaakt door ganzen te verlagen van 95% naar 80% van de vastgestelde schade. De rechtbank stelt vast dat het beroep zich niet richt tegen de hoogte van de schade, maar tegen de korting die GS toepast.
De rechtbank overweegt dat de Wet natuurbescherming (Wnb) nog van toepassing is op de aanvraag en dat GS bevoegd is om tegemoetkomingen te standaardiseren. Echter, de gekozen standaard van 80% vergoeding is niet passend omdat deze niet is gebaseerd op inzicht in de schadelast van de individuele grondeigenaar. Dit is in strijd met de vereisten voor motivering en zorgvuldigheid zoals neergelegd in de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank wijst ook de beroepen op strijd met het vertrouwensbeginsel en het EVRM af, omdat de toezeggingen waarop eiseres zich beroept niet concreet en specifiek waren en de schade niet door GS is veroorzaakt. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt GS op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de individuele omstandigheden. Tevens worden de proceskosten aan GS opgelegd.