Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
132,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Rechtbank Noord-Holland
De huurder vordert schadevergoeding van de verhuurder wegens materiële en immateriële schade door aanhoudende vochtproblemen in de gehuurde woning sinds 2017. Na een wolkbreuk in 2017 ontstond waterschade, waarna herstelwerkzaamheden zijn uitgevoerd en de woning is gedroogd. De huurder en haar echtgenoot hebben tijdelijk elders gewoond.
De Huurcommissie oordeelde in 2023 dat de woning geen ernstige gebreken vertoont die huurprijsverlaging rechtvaardigen. De huurder stelt dat vochtproblemen blijven bestaan en dat zij kosten heeft gemaakt voor herstelwerkzaamheden. De verhuurder betwist dit en wijst op het oordeel van de Huurcommissie en de uitgevoerde renovaties.
De kantonrechter stelt vast dat de huurder onvoldoende heeft onderbouwd dat de vochtproblemen na 2017 aanhielden. Foto’s en een inspectierapport zijn te laat ingediend en onvoldoende duidelijk. De conclusie is dat de vordering wordt afgewezen. De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot schadevergoeding wegens vochtproblemen wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.