Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
hierna te noemen: [verzoeker]
Snap Fitness
hierna te noemen: Snap Fitness
1.Het procesverloop
2.Feiten
3.Het verzoek
4.Het verweer en het tegenverzoek
5.De beoordeling
6.De beslissing
nakosten € 135,00;
Rechtbank Noord-Holland
In deze zaak staat centraal of het ontslag op staande voet van de werknemer door Snap Fitness rechtsgeldig is gegeven. De werknemer trad in oktober 2023 in dienst als fitnessinstructeur en werd op 18 juli 2024 per e-mail ontslagen. Snap Fitness stelde dat het ontslag ook op 22 juni 2024 per aangetekende brief was gegeven, maar kon dit niet bewijzen. De kantonrechter oordeelde dat het ontslag pas op 18 juli 2024 effectief was ontvangen en dat dit niet onverwijld was, wat een vereiste is voor ontslag op staande voet.
De kantonrechter stelde vast dat Snap Fitness onvoldoende voortvarend had gehandeld, gezien het tijdsverloop tussen het incident op 21 juni 2024 en het ontslag op 18 juli 2024. Omdat de werknemer inmiddels berustte in het ontslag, werden de primaire verzoeken om vernietiging en wedertewerkstelling niet behandeld. Wel werd vastgesteld dat het ontslag onregelmatig was gegeven en dat de werknemer recht had op een transitievergoeding, een gefixeerde schadevergoeding van € 2.000,- en een billijke vergoeding van € 6.800,-.
De billijke vergoeding werd vastgesteld met inachtneming van de inkomensschade, de verwachte duur van het dienstverband zonder ontslag en de compensatie door andere vergoedingen. De kantonrechter wees het verzoek om een correcte bruto/netto-eindafrekening af wegens onvoldoende onderbouwing. De proceskosten werden aan Snap Fitness opgelegd omdat zij grotendeels in het ongelijk werd gesteld.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig; werknemer krijgt transitievergoeding, gefixeerde schadevergoeding en billijke vergoeding toegekend.