ECLI:NL:RBNHO:2024:11118
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende steunbewijs bij ontucht met stiefkinderen
De rechtbank Noord-Holland behandelde een zaak waarin de verdachte werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met zijn twee stiefkinderen van 7 en 8 jaar oud in de periode april-mei 2022. De tenlastelegging omvatte betasten van de vagina en billen, tongzoenen en het tonen van een dildo. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk, en een contactverbod.
De verklaringen van de twee minderjarige benadeelden waren authentiek en gedetailleerd, maar de rechtbank oordeelde dat deze verklaringen onvoldoende steunbewijs bevatten. De verklaring van de moeder kon niet als steunbewijs dienen omdat deze gebaseerd was op de verklaringen van de kinderen zelf. Andere omstandigheden, zoals het kruisen van armen door een van de meisjes bij het ontvangen van een kus, werden als onvoldoende zwaarwegend beoordeeld.
De rechtbank benadrukte de bewijsminimumregel uit artikel 342 lid 2 Sv Pro, die vereist dat verklaringen van één getuige in zedenzaken ondersteund moeten worden door onafhankelijk bewijs. De verklaringen van de zusjes kwamen onvoldoende overeen op essentiële punten om als schakelbewijs te kunnen dienen. Daarom werd de verdachte vrijgesproken van beide tenlastegelegde feiten.
De vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelden werden niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige strafkamer op 4 oktober 2024 in Alkmaar.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende steunbewijs voor ontucht met stiefkinderen.