Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procesverloop
2.Hoofdzaak
In de zaak tegen [verzoeker] met [parketnummer] is onder 2 ten laste gelegd het witwassen van een geldbedrag in de periode van 1 mei 2021 tot en met 31 december 2022.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzitter van de meervoudige strafkamer in een strafzaak waarin hij wordt verdacht van medeplegen van online handelsfraude, witwassen en dwang. Het verzoek richtte zich op een e-mail die de griffier namens de rechter aan de officier van justitie stuurde met het verzoek om verduidelijking over het geldbedrag waarop de tenlastelegging van witwassen betrekking heeft.
Verzoeker stelde dat deze handeling de officier van justitie onrechtstreeks hielp en hem de mogelijkheid ontnam om een nietigheidsverweer preliminair aan te voeren, waardoor de rechter de schijn van partijdigheid zou hebben gewekt. De rechter ontkende dit en stelde dat het verzoek slechts diende ter voorbereiding en dat er geen inhoudelijk standpunt was ingenomen.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek tijdig en ontvankelijk was en dat de rechter door het versturen van de e-mail de objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid heeft gewekt. De kern van het oordeel was dat de tenlastelegging de basis van het strafproces vormt en dat het vragen om verduidelijking aan de officier van justitie voorafgaand aan de zitting anders is dan vragen over het procesdossier.
De wrakingskamer wees het verzoek toe, bepaalde dat de hoofdzaak door een andere rechter zal worden behandeld en beval de griffier om alle betrokkenen van de beslissing op de hoogte te stellen. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is toegewezen en de hoofdzaak wordt door een andere rechter behandeld.