ECLI:NL:RBNHO:2024:10724

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 september 2024
Publicatiedatum
18 oktober 2024
Zaaknummer
10830145 \ CV EXPL 23-7927
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:1390 BWArt. 8:1835 BWVerordening (EG) nr. 261/2004
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Passagiers niet-ontvankelijk wegens verstreken vervaltermijn bij instapweigering luchtvaart

De passagiers hadden een vervoersovereenkomst met de vervoerder voor een vlucht van Curitiba via São Paulo en Zürich naar Amsterdam. Door overboeking werd hen de toegang tot de vlucht van São Paulo naar Zürich geweigerd, waardoor zij hun aansluitende vlucht naar Amsterdam misten. Zij werden omgeboekt op een rechtstreekse vlucht naar Amsterdam.

De passagiers vorderden compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004, waarbij zij een bedrag van € 600 per passagier claimden wegens instapweigering. De vervoerder betaalde niet, waarna de passagiers een procedure startten.

De kantonrechter stelde vast dat het om een luchtvervoersovereenkomst ging waarop artikel 8:1835 BW Pro van toepassing is, dat een vervaltermijn van twee jaar hanteert. De passagiers arriveerden op 21 augustus 2021 op hun eindbestemming, waardoor de vervaltermijn op 22 augustus 2023 eindigde. De dagvaarding werd echter pas op 24 november 2023 uitgebracht, na het verstrijken van de termijn.

Daarom verklaarde de kantonrechter de passagiers niet-ontvankelijk in hun vordering en veroordeelde hen tot betaling van de proceskosten en nakosten. De inhoudelijke beoordeling van de vordering kwam niet aan de orde.

Uitkomst: Passagiers zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens verstrijken van de vervaltermijn en veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10830145 \ CV EXPL 23-7927
Uitspraakdatum: 18 september 2024
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1.[eiser 1],

2.
[eiser 2],
beiden pro se en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger voor hun minderjarige kinderen
[minderjarige 1],
[minderjarige 2]en
[minderjarige 3].
3.
[eiser 3],
allen wonende te [plaats]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V.
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Swiss International Air Lines AG
gevestigd te Bazel (Zwitserland)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. E.C.C.M. Bootsman en mr. F.B. Mahabali
De zaak in het kort
In deze zaak oordeelt de kantonrechter dat de vervaltermijn van artikel 8:1835 BW Pro is verstreken.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 20 en 21 augustus 2021 vervoeren van Curitiba (Brazilië) via São Paulo (Brazilië) en Zürich (Zwitserland) naar Amsterdam Schiphol Airport met de vluchtcombinatie G3 1125, LX93 en LX734.
2.2.
De vlucht LX93 van São Paulo naar Zürich (hierna: de vlucht) was overboekt, als gevolg waarvan de passagiers de toegang tot de vlucht is ontzegd. Dit heeft ertoe geleid dat de passagiers niet in Zürich zijn gearriveerd. De passagiers hebben daardoor hun aansluitende vlucht naar Amsterdam gemist.
2.3.
De passagiers zijn omgeboekt op vlucht KL792, waarmee de passagiers vanuit São Paulo rechtstreeks naar Amsterdam zijn gevlogen.
2.4.
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 3.600,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 juli 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 586,85 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de nakosten.
3.2.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de instapweigering moet compenseren met een bedrag van € 600,- per passagier (artikel 7 van Pro de Verordening).
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Het gaat in onderhavig geval om een vordering ter zake van een overeenkomst van luchtvervoer in de zin van artikel 8:1390 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Deze vaststelling is onder meer van belang omdat artikel 8:1835 BW Pro bepaalt dat iedere vordering uit hoofde van een dergelijke overeenkomst vervalt door verloop van twee jaren, welke termijn aanvangt met de dag volgend op de dag van aankomst van het luchtvaartuig ter bestemming of de dag waarop het luchtvaartuig had moeten aankomen of van de onderbreking van het luchtvervoer. Een vervaltermijn kan (anders dan een verjaringstermijn) niet worden gestuit.
4.3.
In dit geval zijn de passagiers op 21 augustus 2021 op hun eindbestemming gearriveerd. De datum waarop de termijn van twee jaren gaat lopen is (dus) 22 augustus 2021. Daarmee staat vast dat de laatste dag waarop de passagiers de vordering hadden kunnen indienen 22 augustus 2023 is. Dat is immers de laatste dag voordat de twee jarentermijn is verlopen. De dagvaarding is uitgebracht op 24 november 2023. Dit betekent dat de vordering ná de vervaldatum is ingediend. De passagiers zijn daarom niet-ontvankelijk in hun vordering. Aan de inhoudelijke verweren komt de kantonrechter niet toe.
4.4.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij niet-ontvankelijk zijn in hun vordering. Daarbij worden de passagiers ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
verklaart de passagiers niet-ontvankelijk in hun vordering;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 542‬,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 135,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt
,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter