Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 8 oktober 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de pleitnota van Ymere;
- de pleitnota van [gedaagde].
Rechtbank Noord-Holland
Ymere verhuurt sinds 2011 een woning aan [gedaagde]. In de huurovereenkomst en aanvullende gedragsaanwijzingen is expliciet bepaald dat het niet is toegestaan zonder toestemming derden in de woning te laten wonen en dat geen camera's zonder toestemming mogen worden opgehangen.
Ymere ontving klachten over overlast en vermoed dat [gedaagde] zonder toestemming iemand bij zich laat inwonen. Dit vermoeden werd onderbouwd met verklaringen van omwonenden en videobeelden waarop een persoon in werkkleding dagelijks arriveert en vertrekt. [gedaagde] gaf geen geloofwaardige verklaring en weigerde nadere informatie te verstrekken.
Daarnaast had [gedaagde] een camera aan de buitenzijde van de woning bevestigd zonder toestemming, ondanks herhaalde verzoeken deze te verwijderen. De rechtbank oordeelde dat de tekortkomingen van [gedaagde] voldoende aannemelijk zijn en dat Ymere een spoedeisend belang heeft bij ontruiming.
De vordering tot ontruiming en verwijdering van de camera wordt toegewezen. [gedaagde] moet binnen veertien dagen de woning ontruimen en binnen een week de camera verwijderen, bij weigering mag Ymere dit met inzet van de sterke arm doen. Tevens is [gedaagde] veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming en verwijdering van de camera wordt toegewezen; huurder moet woning ontruimen en camera verwijderen.