Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
bijlage Iaan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
Tijdens de oogstwerkzaamheden heeft de verdachte allereerst voldaan aan de richtlijn, zoals neergelegd in de ‘Toolbox Modder op de weg’ en heeft zij de daarin voorgeschreven stappen gevolgd om de weg schoon te maken. Van haar kon niet meer worden gevergd, zodat geen sprake is van schuld in de zin van de ten laste gelegde artikelen.
feit 2, dan wordt subsidiair een beroep gedaan op de schulduitsluitingsgrond ‘afwezigheid van alle schuld’.
bijlage IIbij dit vonnis zijn vervat.
Hierbij raakte hij zeer ernstig gewond en overleed later ter plaatse aan zijn verwondingen.
[medeverdachte 3] met [vennoot 1] als een zekere eindverantwoordelijke op de achtergrond. De rechtbank is van oordeel dat de beschreven gedragingen (mede) kunnen worden toegerekend aan de vof, omdat de gedragingen zijn verricht door personen die werkzaam waren voor de vof, de gedragingen hebben plaatsgevonden en passen in de normale bedrijfsvoering van de vof, en de gedragingen de vof dienstig zijn geweest.
- oogstwerkzaamheden te verrichten waardoor het wegdek van de Woudmeerweg besmeurd raakte met modder die het wegdek van de Woudmeerweg slipgevaarlijk maakte en
- het wegdek van de Woudmeerweg onvoldoende schoon te maken en
- ontoereikende maatregelen te treffen om verkeersdeelnemers op die besmeurde weg een veilige doorgang te verlenen, waarna de bestuurder van een bromfiets, die bij nadering van een hem op die weg tegemoet komende auto, moest uitwijken naar het besmeurde deel van het wegdek, onderuit is gegleden en ten val is gekomen en is opgebotst tegen die tegemoetkomende auto, waardoor het aan hun schuld te wijten is dat de bestuurder van die bromfiets, genaamd [het slachtoffer], is overleden;
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
€ 5.000,- voorwaardelijk.
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
van € 7.500,- (zegge: zevenduizendvijfhonderd euro), met bevel dat een gedeelte van deze straf, te weten
€ 5.000,- (zegge: vijfduizend euro) nietzal worden ten uitvoer gelegd tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
geldboetevan
€ 750,--, (zevenhondervijftig euro), met bevel dat deze straf
nietzal worden ten uitvoer gelegd tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op
twee jarenbepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.