Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2024:10360

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
9 oktober 2024
Publicatiedatum
10 oktober 2024
Zaaknummer
C/15/349975 / HA ZA 24-138
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 93 RvArt. 71 lid 2 RvArt. 8 lid 4 WGBZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing civiele zaak naar kantonrechter op grond van artikel 93 Rv

De rechtbank Noord-Holland heeft op 9 oktober 2024 een vonnis gewezen in een civiele procedure tussen eisers en Kombi Kings Europe B.V. De rechtbank heeft in een tussenvonnis geoordeeld dat de vordering van eisers valt onder de bevoegdheid van de kantonrechter op grond van artikel 93 aanhef Pro en sub c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

Partijen hebben geen bezwaar gemaakt tegen de verwijzing van de zaak naar de kantonrechter, noch tegen de kantonrechter als vervolgbehandelaar en beslisser van de zaak. Kombi Kings heeft aangegeven niet als formele verkoper, maar als tussenpersoon op te treden, zonder rechtsgevolgen daaraan te verbinden, en heeft ook geen bezwaar gemaakt tegen de verwijzing.

De rechtbank bevestigt haar oordeel en verwijst de zaak ambtshalve naar de kantonrechter conform artikel 71 lid 2 Rv Pro. Tevens wijst de rechtbank partijen erop dat zij op de rolzitting niet hoeven te verschijnen, dat zij zich in vervolgprocedures ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen laten vertegenwoordigen en dat het griffierecht zal worden verlaagd en eventueel teveel betaalde griffierecht wordt teruggestort.

Uitkomst: De rechtbank verwijst de civiele zaak ambtshalve naar de kantonrechter voor verdere behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: C/15/349975 / HA ZA 24-138
Vonnis van 9 oktober 2024
in de zaak van

1.[eiser sub 1] ,

die woont in [woonplaats] ,
2.
[eiseres sub 2],
die woont in [woonplaats] ,
de eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers] ,
advocaat: mr. J.P. Nonnekes,
tegen
KOMBI KINGS EUROPE B.V.,
die is gevestigd in Enkhuizen,
de gedaagde partij,
hierna te noemen: Kombi Kings,
advocaat: mr. M. Sliphorst-Dekker.

1.De procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 11 september 2024;
- de akte van [eisers] ;
- de akte van Kombi Kings.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In het tussenvonnis heeft de rechtbank overwogen dat de vordering van [eisers] naar haar voorlopig oordeel een onderwerp betreft dat op grond van artikel 93 aanhef Pro en sub c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) door de kantonrechter wordt behandeld, ongeacht het beloop of de waarde van de vordering.
2.2.
Partijen hebben in hun akte geen bezwaar gemaakt tegen het voornemen van de rechtbank om de zaak te verwijzen naar de kantonrechter van deze rechtbank. Ook hebben partijen er geen bezwaar tegen gemaakt dat de verwijzende rechter vervolgens als kantonrechter de zaak verder behandelt en beslist.
2.3.
Kombi Kings heeft in haar akte vermeld dat zij wil benadrukken dat zij niet de formele rol van verkoper vervulde, maar de rol van tussenpersoon/bemiddelaar, zonder daar echter enig (rechts)gevolg aan te verbinden. Omdat Kombi Kings ook geen bezwaar heeft gemaakt tegen de verwijzing naar de kantonrechter (op de grond dat in deze zaak sprake is van consumentenkoop), zal de rechtbank hier verder niet op ingaan.
2.4.
De rechtbank blijft bij haar oordeel dat de zaak moet worden verwezen naar de kantonrechter van deze rechtbank. Omdat [eisers] hun vordering niet hebben ingediend bij de kantonrechter, zal de rechtbank de zaak op de voet van artikel 71 lid 2 Rv Pro ambtshalve naar de kantonrechter verwijzen.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de kantonrechter van deze rechtbank, locatie Alkmaar, op
woensdag 23 oktober 2024om
09:30 uur,
3.2.
wijst partijen erop dat zij op de hiervoor vermelde rolzitting niet hoeven te verschijnen, omdat de kantonrechter eerst zal beslissen op welke wijze de procedure zal worden voortgezet, waarna de griffier partijen over deze beslissing zal informeren,
3.3.
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,
3.4.
wijst partijen erop dat het in deze procedure geheven griffierecht ingevolge artikel 8 lid 4 WGBZ Pro zal worden verlaagd en dat het eventueel teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. Auwerda, bijgestaan door de griffier mr. N.M. Bindhammer, en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2024.