Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De vordering
€ 66.068,25en dat aan [verdachte] de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.Het verloop van de procedure
3.De beoordeling van de rechtbank
4.Beslissing
niet-ontvankelijkin de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.