ECLI:NL:RBNHO:2023:9810

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
19 september 2023
Publicatiedatum
2 oktober 2023
Zaaknummer
C/15/337773 FT RK 23-185
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schuldenaar niet-ontvankelijk in WSNP-verzoek wegens ontbreken minnelijk traject

Schuldenaar verzocht op 20 maart 2023 om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank behandelde het verzoek op 12 september 2023. Er was sprake van een dreigende uithuiszetting waarvoor een voorlopige voorziening was getroffen en een schorsing van het ontruimingsvonnis om een minnelijke regeling te treffen.

De rechtbank stelt vast dat schuldenaar geen minnelijk traject heeft doorlopen en geen aanbod tot schuldregeling aan schuldeisers heeft gedaan. Hoewel schuldenaar verslavingsproblemen heeft en een beheerrekening pas laat kon openen, oordeelt de rechtbank dat dit geen geldige reden is om het minnelijk traject over te slaan. Schuldenaar had eerder melding moeten maken van zijn verslaving zodat passende hulp kon worden georganiseerd.

De rechtbank concludeert dat schuldenaar voldoende afloscapaciteit heeft en dat het zinvol is een minnelijk aanbod te doen. Daarom verklaart de rechtbank schuldenaar niet-ontvankelijk in zijn WSNP-verzoek. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.

Uitkomst: Schuldenaar wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de WSNP wegens het niet doorlopen van het minnelijk traject.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND toepassing schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk

Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Alkmaar
zaaknummer: C/15/337773/FT RK 23-185
vonnis van 19 september 2023
op het verzoek van:
[schuldenaar],
geboren op [geboortedatum] te [plaats 1],
wonende te [plaats 2],
schuldenaar.

1.De procedure

1.1
Op 20 maart 2023 heeft schuldenaar een verzoek met bijlagen tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp) gedaan.
1.2
Op 12 september 2023 heeft de behandeling van het verzoek plaats gevonden. Daarbij waren aanwezig schuldenaar met zijn partner [betrokkene 1] (die ook een wsnp-verzoek heeft gedaan), [betrokkene 2] namens Kram & Meersma Coaching Mediation (schuldhulpverlener) en [betrokkene 3] van Zaffier (schuldhulpverlener).

2.De beoordeling

2.1
In verband met een dreigende uithuiszetting van schuldenaar en zijn gezin is op 21 maart 2023 een voorlopige voorziening toegewezen. Op 9 mei 2023 heeft de rechtbank vervolgens de uitvoering van het ontruimingsvonnis geschorst tot 21 september 2023 om schuldenaar in de gelegenheid te stellen een minnelijke regeling met zijn schuldeisers te treffen. De rechtbank moet nu beoordelen of schuldenaar kan worden toegelaten tot de wsnp.
2.2.
De rechtbank verklaart een verzoek van een schuldenaar om toegelaten te worden tot de wsnp niet-ontvankelijk, als er voorafgaand aan het toelatingsverzoek geen minnelijk traject heeft plaats gevonden. De schuldenaar moet bij zijn verzoek een verklaring bijvoegen dat hij tevergeefs heeft geprobeerd om met zijn schuldeisers tot een minnelijke regeling te komen. De rechtbank stelt vast dat het minnelijk traject niet heeft plaatsgevonden en dat schuldenaar geen aanbod tot een schuldregeling heeft gedaan aan zijn schuldeisers.
Als aannemelijk is dat het voor schuldenaar onmogelijk is om een regeling te treffen met zijn schuldeisers omdat hij onvoldoende aflossingsmogelijkheden heeft of andere omstandigheden het onmogelijk maken om een aanbod te doen, dan hoeft schuldenaar niet eerst te hebben geprobeerd tot een regeling met zijn schuldeisers te komen. In dat geval kan de rechtbank schuldenaar toch ontvankelijk verklaren in zijn verzoek.
2.3.
De schuldhulpverlener heeft in een nadere schriftelijke toelichting en tijdens de mondelinge behandeling uitgelegd waarom er geen minnelijk aanbod is gedaan aan de schuldeisers. In mei 2023 heeft schuldenaar zijn schuldhulpverlener verteld dat hij al jarenlang verslaafd is aan cocaïne. Schuldenaar staat nu op het punt om een afkicktraject in te gaan. Mede door zijn verslaving is de administratie van zijn eenmanszaak niet op orde en kan er nog een vordering van de belasting komen. Daar komt bij dat ook het openen van een beheerrekening maanden op zich liet wachten waardoor de stabilisatiefase nog niet kon worden afgerond. Deze omstandigheden hebben het volgens de schuldhulpverlener onmogelijk gemaakt om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen.
2.4.
De rechtbank is van oordeel dat hetgeen de schuldhulpverlener heeft aangevoerd geen rechtvaardiging is voor het niet doorlopen van het minnelijk traject. De rechtbank ziet geen redenen om aan te nemen dat het in de beschreven omstandigheden voor schuldenaar onmogelijk was om alle benodigde informatie te verzamelen om een aanbod aan zijn schuldeisers te doen. Na de start van het minnelijk traject heeft schuldenaar pas in mei 2023 gemeld dat hij verslaafd is en dat het hem daarom niet lukt om zijn administratie op orde te krijgen. De rechtbank is van oordeel dat de verslavingsproblematiek van schuldenaar en het niet op orde hebben van zijn administratie voor risico van schuldenaar komt. Als hij zijn verslavingsproblematiek eerder had gemeld, dan had zijn schuldhulpverlener hulp kunnen organiseren om hem te helpen bij zijn administratie. Ook de partner van schuldenaar had daar zo nodig bij kunnen helpen. Ook het niet tijdig openen van een beheerrekening door de bank staat niet in de weg om in elk geval te starten met een poging om tot een schuldregeling te komen. Schuldenaar heeft afloscapaciteit. Het is daarom zinvol om een aanbod te doen aan zijn schuldeisers om tot een minnelijke regeling te komen.
2.5.
Het voorgaande betekent dat de rechtbank schuldenaar niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn verzoek om toegelaten te worden tot de wsnp.

3.De beslissing

De rechtbank verklaart schuldenaar niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Kluit en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 19 september 2023. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.