Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De verdere procedure
2.De feiten
3.De verzoeken
4.De beoordeling
uitgavenbetreft geldt dat uit de grote hoeveelheden bankafschriften die de vrouw heeft overgelegd niet kan worden afgeleid dat al deze bedragen zijn besteed aan de kosten van de huishouding. De vrouw heeft de uitgaven onvoldoende concreet gemaakt.
inkomstenbetreft geldt echter dat ter zitting is komen vast te staan dat de vrouw naast IB inkomen ook beschikte over aanzienlijke sommen contant geld. De man heeft onbetwist gesteld dat de sommen contant geld deel uitmaakten van het inkomen van de vrouw waarmee rekening moet worden gehouden bij het vaststellen van de verrekenvordering op grond van artikel 7 HV Pro. Gelet hierop is voor de beoordeling van het inkomen van de vrouw van belang dat zij ter zitting heeft verteld dat zij vaak een tas met contanten mee naar huis nam en de contanten onder meer gebruikte om kosten van de huishouding te betalen. Zij ging die tas steeds meer bij zich houden om te voorkomen dat de man geld uit de tas zou pakken. Over welke bedragen aan contant geld zij beschikte in 2021 en 2022 heeft de vrouw zich niet uitgelaten. Dit maakt dat de rechtbank haar inkomen niet kan vaststellen, zelfs niet bij benadering, zodat haar vorderingen ten aanzien van de verrekening van de kosten van de huishouding alleen al om die reden moeten worden afgewezen.