De rechtbank Noord-Holland heeft op 21 september 2023 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het opzettelijk invoeren van ruim zes kilogram cocaïne in Nederland. De verdachte verklaarde opzet te hebben gehad op twee kilogram, maar de rechtbank oordeelde dat hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het om een veel grotere hoeveelheid ging.
De bewijsmiddelen bestonden uit verklaringen van de verdachte, processen-verbaal van aanhouding en onderzoek, en rapporten van het NFI. De verdachte was in contact gekomen met een derde in Suriname en had afgesproken twee kilogram mee te nemen, maar bracht uiteindelijk meer dan zes kilogram binnen. De rechtbank verwierp het verweer van dwang en concludeerde dat de verdachte opzet had op het gehele gewicht.
De rechtbank kwalificeerde het feit als opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en achtte de verdachte strafbaar. Gezien de ernst van het feit, de hoeveelheid cocaïne en het strafblad van de verdachte legde de rechtbank een gevangenisstraf van 40 maanden op, waarbij rekening werd gehouden met de richtlijnen voor straftoemeting. Het verzoek van de verdediging voor een deels voorwaardelijke straf werd afgewezen.