Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure
Overwegingen
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene is beboet wegens het niet voeren van een voortdurend zichtbaar wit/geel licht aan de voorzijde en/of een zichtbaar rood licht aan de achterzijde van haar fiets. Tegen deze administratieve sanctie is beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens is betrokkene in beroep gegaan bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 14 juli 2023 verscheen alleen de vertegenwoordiger van de officier van justitie; betrokkene was afwezig. De kantonrechter oordeelt dat uit de verklaring van de verbalisant voldoende blijkt dat de overtreding heeft plaatsgevonden. Betrokkene betwist de overtreding niet, maar voert aan dat de verbalisant zonder toestemming een foto van haar identiteitsbewijs heeft genomen, wat volgens de kantonrechter geoorloofd is op grond van artikel 3 van Pro de Politiewet.
Verder stelt betrokkene dat zij pas na vier maanden bericht kreeg en geen directe bon ontving. De kantonrechter overweegt dat de termijn van vier maanden een termijn van orde is en alleen tot vernietiging leidt indien betrokkene daardoor in haar rechtspositie is geschaad, wat hier niet het geval is omdat zij staande is gehouden en dus weet waar de boete betrekking op heeft. Ook het ontbreken van een aankondiging van beschikking schaadt haar niet. Het verweer dat een waarschuwing had moeten volstaan, wordt verworpen omdat geen omstandigheden zijn gebleken die daartoe noodzaken. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen de boete wegens het niet voeren van fietsverlichting wordt ongegrond verklaard.