ECLI:NL:RBNHO:2023:9043

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 juni 2023
Publicatiedatum
11 september 2023
Zaaknummer
10487277 \ WM VERZ 23-327
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging boete parkeren wegens onvoldoende bewijs en toewijzing proceskosten

Aan betrokkene is een administratieve boete opgelegd wegens parkeren op een parkeergelegenheid terwijl het voertuig niet tot de aangegeven categorie behoorde. Betrokkene heeft hiertegen beroep ingesteld, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting van 30 juni 2023 was de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig, maar betrokkene en diens gemachtigde niet. De kantonrechter beoordeelde dat de verklaring van de verbalisant erg summier was en onvoldoende bewijs bood tegenover het verweer dat het voertuig op een autodateplaats stond, welke niet als officieel verkeersbord geldt.

De kantonrechter volgde het standpunt van de officier van justitie om het beroep gegrond te verklaren en vernietigde de boetebeschikking. Tevens werd bepaald dat de betaalde zekerheidstelling aan betrokkene wordt terugbetaald. Daarnaast werd de officier van justitie veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene, vastgesteld op € 866,25, die door de Staat der Nederlanden moeten worden vergoed.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wordt gegrond verklaard en de boetebeschikking wordt vernietigd met terugbetaling van de zekerheidstelling en toewijzing van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10487277 \ WM VERZ 23-327
CJIB-nummer : 240545934
Uitspraakdatum : 14 juli 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene)
gemachtigde : Boete.nu (M.J.M. Bergers)

1.Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 30 juni 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren op parkeergelegenheid, terwijl voertuig niet tot aangegeven categorie of groep voertuigen behoorde.
2.2.
Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete en door gemachtigde van betrokkene is namens betrokkene aangevoerd dat het voertuig van betrokkene stond op een autodateplaats. Dit is geen officieel verkeersbord in de zin van het RVV. Daarnaast is de gedraging van meet af aan betwist en is er geen ondertekent proces-verbaal. Geen bijzondere bewijspositie zaakoverzicht.
2.3.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de verklaring van de verbalisant erg summier is. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft de verbalisant verzocht een nadere toelichting te geven, maar de verbalisant heeft hierop niet gereageerd. Zij heeft de kantonrechter verzocht om het beroep gegrond te verklaren.
2.4.
De kantonrechter is van oordeel dat de verklaring van de verbalisant tegenover het verweer van betrokkene erg summier is. De kantonrechter volgt dan ook het voorstel van de vertegenwoordiger van de officier van justitie en bepaalt daarom dat het beroep gegrond is.
De beslissing van officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd zullen worden vernietigd.
2.5.
Het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt toegewezen, omdat betrokkene gelijk krijgt. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht zullen die kosten worden vastgesteld op een bedrag van in totaal € 866,25. Daarbij is voor de procedure bij de officier van justitie een proceskostenvergoeding bepaald van € 447,75 (1,5 punten voor het beroepschrift en de hoorzitting, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 597,00) en voor de procedure bij de kantonrechter een proceskostenvergoeding van € 418,50 (1 punt voor het beroepschrift, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 837,00).
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 866,25 en wijst de Staat der Nederlanden aan als rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden;
‒ bepaalt dat voormeld bedrag aan de gemachtigde van betrokkene zal worden uitbetaald door het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: