ECLI:NL:RBNHO:2023:8980

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
16 juni 2023
Publicatiedatum
8 september 2023
Zaaknummer
10475159 \ WM VERZ 23-300
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging boete wegens verlopen keuringsbewijs voor motorrijtuig tot 3500 kg

Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat het keuringsbewijs van zijn motorrijtuig van 3500 kg of minder was verlopen. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaarde. Hierop stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 16 juni 2023 was de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig, maar betrokkene en zijn gemachtigde verschenen niet. De gemachtigde had eerder aangevoerd dat het voertuig niet meer op de openbare weg wordt gebruikt, niet verzekerd is en dat betrokkene vanwege dementie niet meer kan rijden. Tevens was niet bekend dat het kenteken geschorst moest worden.

De kantonrechter oordeelde dat de boete terecht was opgelegd omdat het voertuig niet APK gekeurd was en niet geschorst stond bij de RDW op de datum van overtreding. Echter, gezien de aannemelijkheid dat het voertuig inmiddels is geschorst en niet meer op de openbare weg is geweest, werd de boete gematigd tot €75,00 met handhaving van administratiekosten. Tevens werd bepaald dat teveel betaalde zekerheidstelling aan betrokkene wordt terugbetaald.

Uitkomst: De boete wegens verlopen keuringsbewijs wordt gematigd tot €75,00 met handhaving van administratiekosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10475159 \ WM VERZ 23-300
CJIB-nummer : 249619864
Uitspraakdatum : 16 juni 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

1.Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 16 juni 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene en gemachtigde van betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: voor het motorrijtuig van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren.
2.2.
Het verweer tegen de opgelegde boete
Gemachtigde van betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft namens betrokkene aangevoerd dat het betreffende voertuig niet meer op de openbare weg staat, niet meer wordt gebruikt en ook niet is verzekerd. Dit heeft ermee te maken dat betrokkene niet meer in het voertuig kan rijden, vanwege dementie. Gemachtigde van betrokkene wist niet dat het kenteken geschorst moest worden.
2.3.
Het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
2.4.
De beoordeling van de gedraging waarvoor de boete is opgelegd
De kantonrechter overweegt dat de boete terecht is opgelegd omdat het voertuig op de genoemde datum niet APK gekeurd was en evenmin geschorst bij de RDW. Er is echter aanleiding om de boete te matigen tot € 75,00 (met handhaving van de administratiekosten). Gemachtigde van betrokkene heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat actie is ondernomen en het voertuig alsnog is geschorst bij de RDW. Ook is voldoende aannemelijk geworden dat het voertuig niet op de openbare weg is geweest. Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 75,00 (met handhaving van de administratiekosten);
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene teveel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: