ECLI:NL:RBNHO:2023:8972

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
16 juni 2023
Publicatiedatum
8 september 2023
Zaaknummer
10446253 \ WM VERZ 23-254
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor parkeren zonder zichtbare vergunning

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders zonder dat de vergunning zichtbaar was. Betrokkene voerde aan dat hij wel in het bezit was van een parkeerontheffing, maar deze lag op de grond bij de passagiersstoel en was daardoor niet zichtbaar.

De officier van justitie handhaafde de boete en verzocht de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren. Op de zitting verscheen alleen de vertegenwoordiger van de officier van justitie; betrokkene was afwezig.

De kantonrechter oordeelde dat uit de stukken, met name de verklaring van de verbalisant, voldoende blijkt dat de overtreding is begaan. Het niet zichtbaar zijn van de vergunning is voor risico van betrokkene. Betrokkene heeft geen kopie van de vergunning overgelegd en kon zijn stelling niet verifiëren. Daarom is de boete terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen de boete voor parkeren zonder zichtbare vergunning wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10446253 \ WM VERZ 23-254
CJIB-nummer : 245625308
Uitspraakdatum : 16 juni 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).

1.Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 16 juni 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: voertuig parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden.
2.2.
Het verweer tegen de opgelegde boete
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat hij in het bezit is van een parkeerontheffing. Deze was helaas op de mat gevallen bij de passagiersstoel. Betrokkene heeft de verbalisant nog gesproken, maar de boete kon niet meer worden terug gedraaid.
2.3.
Het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
2.4.
De beoordeling van de gedraging waarvoor de boete is opgelegd
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De omstandigheid dat de parkeervergunning niet zichtbaar was omdat deze op de grond lag bij de passagiersstoel is een omstandigheid die voor risico van betrokkene komt. Het is aan betrokkene om ervoor te zorgen dat de parkeervergunning zichtbaar is. Van de parkeerpolitie of andere verbalisanten behoeft niet te worden verwacht dat zij in gemeentelijke administratie nagaan of aan betrokkene een parkeervergunning is verstrekt. Bovendien heeft betrokkene geen kopie van de vergunning overgelegd en is ook niet op zitting verschenen om deze te tonen, zodat de kantonrechter de stelling van betrokkene niet kan verifiëren. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: