ECLI:NL:RBNHO:2023:8823

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
23 mei 2023
Publicatiedatum
6 september 2023
Zaaknummer
10421326 \ WM VERZ 23-210
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens onvastgestelde snelheidsovertreding binnen bebouwde kom

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden met 12 km per uur te hard binnen de bebouwde kom. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Betrokkene erkende de gedraging maar voerde aan dat hij vanwege een naderende ambulance met zwaailicht en sirene geen veilige mogelijkheid had om in te voegen en daardoor tijdelijk harder moest rijden om ruimte te maken. De kantonrechter onderzocht het fotobewijs waarop de positie van het voertuig van betrokkene en de ambulance zichtbaar was. Uit de foto's bleek dat het voertuig van betrokkene stil stond op rijstrook drie, terwijl de ambulance op rijstrook twee voorbij het rode stoplicht reed.

Hieruit concludeerde de kantonrechter dat de snelheidsovertreding niet kon worden vastgesteld en dat de boete ten onrechte was opgelegd. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie en de boetebeschikking vernietigd. Tevens werd bepaald dat de betaalde zekerheidstelling aan betrokkene wordt terugbetaald.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de boetebeschikking wordt vernietigd wegens onvastgestelde snelheidsovertreding.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 10421326 \ WM VERZ 23-210
CJIB-nummer : 251268649
Uitspraakdatum : 23 mei 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 23 mei 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

De boete
2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 12 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom.
Het verweer
2.2.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
2.3.
Betrokkene erkent de gedraging, zodat deze vast staat, maar doet een beroep op de omstandigheden van het geval. Betrokkene stelt dat er, op het moment dat hij de ambulance met zwaailicht en sirene zag en hoorde naderen, geen veilige mogelijkheid was om in te voegen naar de rechterrijbaan. De enige mogelijkheid om de ambulance vrij baan te geven was extra gas geven om zo vóór de auto’s op de rechterrijbaan te komen, met als gevolg dat de maximum snelheid is overschreden, aldus betrokkene.
Beoordeling kantonrechter
2.4.
De kantonrechter is van oordeel dat de gedraging niet kan worden vastgesteld. Uit de foto’s van de gedraging blijkt dat de gedraging is geregistreerd op rijstrook twee “Rijstrook: 2 RD” en dat het voertuig van betrokkene zich op rijstrook drie bevindt. Tevens is te zien dat het voertuig van betrokkene - [kenteken] - op beide foto’s op exact dezelfde positie voor de stopstreep voor het stoplicht staat, terwijl de ambulance op rijstrook twee op de tweede foto voorbij het rode stoplicht is gereden. Op grond daarvan stelt de kantonrechter vast dat het voertuig van betrokkene stil staat. Er kan worden geconcludeerd dat betrokkene op basis van de foto’s in het dossier geen snelheidsovertreding kan hebben begaan. De boete is dus ten onrechte opgelegd.
2.5.
De kantonrechter bepaalt daarom dat het beroep gegrond is en de beslissing van officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd zullen worden vernietigd.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: